Wandelen

June, 2012

’Wat doe je nou?’ Roept Elise. Ik spring tussen haar en een hond in. Het is een Jack Russel met een boerenzakdoek om de hals. De hond is zojuist drijfnat uit de vijver geklommen en loopt naar ons toe. ‘Je bent mijn bodyguard niet’, zegt ze, haar stem slaat een beetje over. De hond negeert ons en schudt het nat uit de vacht. Een paar druppels raken mijn afritsbroek. ‘Sorry, ik was bang dat je nat zou worden’. Ik wilde haar vertellen waarom kleine honden sneller moeten schudden om droog te worden dan grote honden, maar ik hield het voor me.

IElise had voorgesteld om door het park te wandelen. Omdat ik er vaak rondjes ging rennen, kende ik het op mijn duimpje. Op een plattegrond bij de ingang van het park zagen we dat het de vorm van een diamant had. Paden worden de slijplijnen en vijvers, bloemperken en veldjes zijn de ruitvormige facetten. Door de hoge rododendrons langs de paden lijkt het park groter dan het in werkelijkheid is. Zeker richting de vijver in het midden, lijkt het alsof de eeuwige zoem van de omringende stad oplost in het niets. De vijver is een achthoek en in het midden ervan spuwen gebeeldhouwde vissen oud water uit. Het ruikt er naar brie dat over de datum heen is. Ik zit met Elise op een bankje en kijk naar de uitdrukking van de vissenkoppen, ze zien er verveeld uit zoals de blik van een herkauwende koe.

‘De laatste keer dat ik door het park rende zag ik een moslima met een hoofddoekje sit-up oefeningen in het gras doen.’ Zeg ik tegen Elise. Ze reageert niet. ‘En de keer daarvoor liet een man een nerts uit, met zo’n hondenriem die automatisch oprolt. Het beestje was spierwit.’ Er valt een kleine stilte. Het begint te schemeren. ‘Je doet zo voorzichtig, Peter. Je moet niet voorzichtig doen’. Elise fronst haar wenkbrauwen terwijl ze dat zegt. ‘Ik weet het,’ zeg ik.

Ik had één keer eerder meegemaakt dat een vriendinnetje met me wilde wandelen. Ik voelde toen direct dat het mis was, ze wilde niet een ijsje halen, een DVD huren of koffie gaan drinken, nee de handeling moest zo a-specifiek mogelijk zijn. Wandelen. Nu wilde Elise met mij een luchtje gaan scheppen. Dat is misschien nog wel generieker, een luchtje scheppen. Als ik had geweigerd, lag ik nu blauw aangelopen op de bank van haar studentenkamer. Dood door verstikking. Nu ik op het parkbankje naast haar zit weet ik niet zeker of ik hier beter af ben.

Op het moment dat de vissen stoppen met het spuwen van water, springen de lantaarnpalen aan. ‘Wisseling van de wacht’ zeg ik. De rododendrons zien er vreemd uit in oranje natriumlicht, alsof ze gekweekt worden in een kas. Terwijl we daar zitten zie ik de oranje kleur langzaam naar geel verschuiven, ik probeer te raden wanneer de lamp opgewarmd is en de kleur stabiel. ‘Nu’ zeg ik hardop. Elise draait zich naar mij en kijkt me aan. ‘Je snapt zelf wel wat ik je ga zeggen, toch?’

Dit verhaal is geschreven voor de Masterclass met de Esther Gerritsen dat plaats vond tijdens De Geest Moet Waaien Festival 2012 in Arnhem.

>