Het abattoir van het afscheid

2009-11-04

Bezoek nr 12618

Het in de kamer stiller maken dan in haar bloed: de kloppende kever
uit de muren slaan, de ontwijkende gordijnen weer in slaap duwen,

de koffie loopt langzaam dood. Zwijgzaamheid tekent zich in zwarte
schaduwen op de muur, eerst vlinders, herten, een logge walvis,

dan worden we hazen in hoog gras. We spelen smerige beesten. En
daar in de kamer krijgen haar hersenen een stem, zoals haar bloed

spreekt: vanuit de stam zaait haar liefde zich uit. Ter plaatse trappelend,
want een dode zwartvis ben ik, schokschouderend en trillend lig ik op bed.

Mijn handen zijn gevouwen in een dwang. Want van wat blind de weg
weet in mij; de eigen rigoureuze liefde als weerwoord, ben ik bang.

Po√ęzie: Maarten Inghels
Beeld: Willem Sjoerd van Vliet
Uit: Het abattoir van het afscheid
Een uitgave van Dick Wessels/Het Gonst

>